Utrechts straten

Schoenencircus in voetgangersgebied

De Binnenstad telt circa zestig schoenwinkels: veertig in het voetgangersgebied, waarvan alleen al de helft op de Steenweg en in de Choorstraat. Hoe is dat zo gekomen? Om daarachter te komen, wandel ik met Gijsbert Wolleswinkel, vijfde generatie van het Utrechtse schoenengeslacht Bitter, door het Utrechtse ‘schoenenkwartier’.

 

We beginnen op Choorstraat 16, nu Van Lier Schoenen. Gijsbert: ‘Hier ben ik opgegroeid, boven de in 1905 door mijn overgrootvader Henri Bitter gevestigde winkel. Hij is van de tweede generatie, zijn vader Willem had al vanaf 1853 een schoenwinkel op Oudegracht 204, maar Henri was de eerste die in Brabant onder eigen naam H.Bitter schoenen liet produceren. Mijn opa Gijsbertus Bitter, derde generatie, breidde in de jaren dertig uit met andere (buitenlandse) fabrieksmerken.

 

schermGijsbert Wolleswinkel door Sjaak Ramakers copy 
Gijsbert Wolleswinkel (foto: Sjaak Ramakers)

 

Zijn dochter Henriette Bitter trouwde met Wouter Wolleswinkel: zij (mijn ouders) namen als vierde generatie in 1960 de zaak over en openden vestigingen in Zeist en Haarlem. Op Choorstraat 16 introduceerden ze een Bitter modelijn: schoenen met bijpassende kleding, sjaals, tassen en andere modeaccessoires. Op Choorstraat 32 kwam in 1975 Bitter Classic: enkel Bitter en andere kwaliteitsschoenen voor de meer traditionele klantenkring.’

 

Jagers/verzamelaars
Gijsbert: ‘In 1995 nam ik het bedrijf over, breidde uit tot tien filialen en verplaatste de productie van Bitter schoenen van Italië naar Spanje, later naar India. De jaren negentig waren gouden jaren: als jagers/verzamelaars trokken de mensen door het voetgangersgebied. Soms was het zaterdags zo druk dat we een tijdelijke klantenstop moesten instellen. Nu is dat anders: naast winkelen zijn er veel concurrerende vrijetijdsbestedingen bijgekomen.’ ‘Om in de handel te overleven is steeds meer schaalvergroting nodig. Daarom deed ik begin 2008 de Bitter winkelformule over aan de veel grotere Ardenberggroep. In 2015 ging deze failliet, mede door de crisis en door toegenomen internetverkoop. Ik ben blij dat Van Lier en Floris Van Bommel zich daarna vestigden in de voormalige Bitterwinkels op respectievelijk Choorstraat 16 en 32.’

 

Meer clowns
‘Mijn grootvader Gijsbertus Bitter zei altijd ‘hoe meer clowns, hoe groter het circus‘. Dat er hier steeds meer schoenwinkels bijkwamen - zoals bijvoorbeeld Bally op Choorstraat 36 - zag hij als een kans: ‘meer keus betekent meer klanten‘. Naast hem zat in de jaren dertig al Wicart Schoenen. Klanten dachten: ‘concurrenten‘. Dat ze soms de voorraadkelder deelden, wisten ze niet. Nu gaat het net zo: schoenenzaken komen en gaan, sommige blijven. Utrecht is een kenniseconomie, veel hoogopgeleide mensen met geld en goede smaak. Die blijven hier in het voetgangersgebied rondlopen: kijken, vergelijken, kopen en combineren. Op zoek naar onderscheidende schoenen, kleding en andere modeaccessoires. Zowel in betere als in slechtere tijden.’ •

 

Geschreven door Onno Reichwein
Uit de Binnenstadskrant nummer 3, 2019


<< terug naar overzicht