Utrechts straten

Dichtersgilde

Op de bres voor de stad

Ze zijn met zijn veertienen en samen vormen ze het officiële Utrechts Stadsdichtersgilde.

De gilderegels zijn eenvoudig: leden hebben twee dichtbundels gepubliceerd en wonen niet verder dan tien kilometer van de Dom. Eén gildelid woont in de Binnenstad, het is Jan van der Haar, literair vertaler Italiaans en dichter. Hij noemt nog een regel – een die niet op schrift staat: ‘Je dient wel een basisenthousiasme te hebben, anders moet je niet meedoen.’


In opdracht van de gemeente schrijven leden van het Stadsdichtersgilde zogeheten stadsgedichten, zoals jaarlijks een gedicht over een van de oorlogsslachtoffers op de erehof van de St Barbara begraafplaats, voor de 4 mei herdenking daar. Dit jaar werd ook een gedicht gemaakt voor de sluiting na veertig jaar van bistro Chez Jacqueline in de Korte Koestraat, en werd de installatie van de nieuwe gemeenteraad opgeluisterd met een gedicht.


Woorden in stoepstenen
Het gilde werkt ook op verzoek van anderen. In de Binnenstad kwamen er bijvoorbeeld dichtregels op het Bartholomeus Gasthuis en de Doopsgezinde kerk, en ter gelegenheid van 120 jaar Wilhelminapark komt op 31 augustus een boekje uit.


Verder maakt het stadsdichtersgilde uit eigen beweging de dichtkunst zichtbaar in de stad. Bekend zijn de woorden die in stoepstenen van de Oudegracht staan gebeiteld, en de plaquette op het geboortehuis van de Utrechtse schrijver C.C.S. Crone, Oudkerkhof 26.


Opdrachtgedichten zijn overigens niet zwakker dan vrij werk volgens Jan van der Haar: ‘Je probeert het onderwerp naar je toe te kronkelen, je maakt het je eigen en geeft het weer op jouw manier.’


De eenzame uitvaart
Een bijzonder onderdeel van de gemeentelijke opdrachten is de Eenzame Uitvaart. Van der Haar: ‘Als de gemeente de uitvaart moet regelen van iemand die is gestorven en er zijn geen familieleden, vrienden of bekenden, dan vergezelt een dichter van ons gilde de overledene op zijn of haar laatste tocht. Dat komt een paar keer per jaar voor.


De dichter maakt speciaal voor de overledene een gedicht dat hij op de uitvaart voorleest. Ik heb het eenmaal meegemaakt. De plechtigheid was zeer sober en indrukwekkend, met alleen een paar gemeenteambtenaren, de begrafenisondernemer en ik als dichter van dienst. Ik had twee dagen voor de uitvaart het verzoek gekregen. Die twee dagen heb ik heel intensief ‘doorgebracht’ met de overledene, ik kreeg een band met hem. Nee, het gedicht maken was toen niet moeilijk.’

 

 Jan van der Haar © Saar Rypkema
Jan van der Haar © Saar Rypkema


Utrecht en Rome
Jan van der Haar is sinds 2015 lid van het Stadsdichtersgilde: ‘Het begon hier net als in andere steden met één stadsdichter, Ingmar Heytze, in 2009. Toen zijn periode erop zat, bedacht hij als zijn opvolging een groep van vier dichters. De gemeente vond dat een goed idee. Later werden het er veertien. Dat is nu het maximum, om het werkbaar te houden.’


‘Het Stadsdichtersgilde werkt voor de hele stad. Ik zelf woon en werk tot mijn plezier in de Binnenstad, op de Springweg. Het is zoals Ingmar Heytze zegt: Als je eenmaal in Utrecht bent, dan kom je er niet meer weg.’


Jan van der Haar past niet alleen als dichter op het literaire tableau van de Binnenstad. Hij is ook en vooral al zo’n dertig jaar literair vertaler Italiaans, de taal die hij studeerde. Hij werkt voor verschillende uitgevers. Hij is trots op de onlangs verschenen vertaalde dagboeken van Gabriele d’Annunzio (‘De schoonheid van de nacht’) en het eerste deel van een camorra-trilogie van Roberto Saviano. Momenteel werkt hij aan de vertaling van een filosofisch tuinboek van Pia Pera. Ieder najaar verblijft Van der Haar een paar weken in het Vertalershuis in Rome, waar hij zich helemaal thuis voelt, maar hij keert steeds weer terug naar de Springweg. (Nadere informatie over het Utrechts Stadsdichtersgilde: www.stadsdichtersgilde.nl; zie ook www.janvanderhaar.net) •


Geschreven door Marijke Brunt.

Uit de Binnenstadskrant nummer 3, 2018.


<< terug naar overzicht