Utrechts straten

De duistere kant van de stad

Hij lijkt behoorlijk aangeschoten. Zou hij toch gaan rijden? Ja hoor. De mensen van het cameratoezicht waarschuwen de agenten op straat: er komt een Volvo V40 jullie richting uit met iemand die vermoedelijk te veel gedronken heeft. Op het Oudkerkhof zetten ze hem klem. Maar in plaats van zijn raam open te doen, gaat hij er vandoor.


‘Op dat moment’, zegt de toen nachtdienst draaiende wijkagente Jolien Schurink, ‘voel je je hartslag omhooggaan. Je achtervolgt hem, en je wilt hem hebben. Dat zit nou eenmaal in ons’. De man ontkomt, omdat je bij zo’n achtervolging door smalle straten in een nog steeds drukke stad, de risico’s goed moet afwegen. Hoe dieper jij het gaspedaal intrapt, hoe harder de opgejaagde gaat rijden. Bovendien: je weet dat het nummerbord al herkend is. En via dat kenteken komt de politie wel bij de bestuurder. Zo is het ook gegaan.


Ons kent ons

Op 1 december 2018 nam Jolien Schurink (34) als wijkagent de plaats in van Peter de Klein, die met pensioen ging. De Klein was vanwege zijn leeftijd vrijgesteld van nachtdiensten. Zijn opvolgster zou ze niet graag missen. Ze houdt van spanning. En de meeste spanning heb je ’s nachts’. ’Utrecht is dan een andere wereld. De stad heeft ook z’n duistere kant, met een andere publiek, met z’n donkere steegjes en hofjes. Ik geniet er wel van.’


De meeste diensten draait zij toch gewoon overdag. Weliswaar ligt het accent van haar werk in het Museumkwartier, maar de Binnenstad is niet strikt verdeeld tussen de vier wijkagenten. Dat zijn, behalve zijzelf, Elroy Koetsier, Pieter Schouten en Willem van Vliet. Schurink komt uit Glanerbrug, pal bij de Duitse grens, en groeide op in een familie tussen allemaal jongens die brandweerman of militair wilden worden. ‘Ik denk dat ik daardoor toch een beetje aangestoken ben. Politie leek me geweldig.’ Het begon met bureauwerk, maar haar doel was de straat. In beweging, tussen de mensen. Altijd met je neus vooraan. ‘Ik ben het liefst heel de dag op de fiets in de wijk. Maar dat lukt helaas niet; overleg met partners in de wijk en administratie kosten soms veel tijd’.

 

Jolien SchurinkJolien Schurink


’Dan is het klaar’

Jolien Schurink woont naar volle tevredenheid in Leidsche Rijn, maar de Binnenstad vindt ze toch een klasse apart. ‘Ik zeg altijd tegen collega’s: 'Je moet veel naar boven kijken, dan zie je al die mooie gevels.' Haar ervaring met de bewoners is positief. ‘Het is een beetje een dorp. Ons kent ons, zoals in Glanerbrug.’ De mensen schieten haar aan of e-mailen haar (jolien.schurink@politie.nl) over van alles: burenruzies, daklozen die op straat liggen te slapen, auto’s die tegen de rijrichting rijden. (Privé stoort ze zich trouwens ook vreselijk aan mensen die zich niet aan de verkeersregels houden.) ‘Ik hoop’, zegt ze, 'dat de bewoners ons blijven benaderen, al is het maar voor een kop koffie en een praatje. Want als we niets horen denken we dat het goed gaat.'


Als haar gevraagd wordt te bemiddelen, dan is haar wedervraag: Hoeveel deed u er zelf al aan? ‘Want het is nogal wat, de politie aan je deur. Soms vind ik het te makkelijk om te denken: De politie lost het wel op, en dan is het klaar.’ •


Geschreven door Dick Franssen.
Uit de Binnenstadskrant, editie 5 - 2019.


<< terug naar overzicht