Ook Klaas heeft een 4-meisyndroom

3 mei 2021
door Johanneke Bedaux

 

Klaas Taselaar legt 4 mei een krans bij het verzetsmonument op het Domplein. Hij kwam erachter dat zijn vader en grootmoeder vanuit Catharijnesingel 72 een belangrijke rol speelden in het Utrechts verzet. Johanneke Bedaux van het 'Utrecht Comité 4 mei-herdenking' sprak met hem. 

‘Ik schrijf een boek waarin jullie vader en grootmoeder een belangrijke rol spelen’, meldde schrijver Peter Hein de familie Taselaar in 2012. Klaas Taselaar dook daarop in de verzetsgeschiedenis van zijn vader Arie en grootmoeder Didi Taselaar die in de oorlog Catharijnesingel 72 bezaten. Het huis bood plek aan tientallen onderduikers totdat het werd verraden, eind 1943. Arie en Didi werden opgepakt en zwaar verhoord. Didi werd vrijgelaten en Arie vastgezet in een Duits krijgsgevangenenkamp waar hij de bombardementen van de Geallieerden op Leipzig en Dresden heeft meegemaakt.

 

schermCathsingelCatharijnesingel 72 © Het Utrechts Archief


Klaas wist niets van het oorlogsverleden van zijn vader. Zijn jongere broertjes Harm en Diederik en zijn neven evenmin. ‘Thuis werd er niet over de oorlog gesproken; dat was de code. Maar, zei een neef, dat boek komt er toch dus waarom zou je niet helpen? Het gaf de doorslag me te verdiepen in het verzetsverleden van mijn vader. Ik had een mapje uit mijn vaders bureau liggen en daarmee kon ik Peter Hein een beetje helpen met zijn in 2013 uitgebrachte boek De Onderduikers.’
 
Onbespreekbaar
‘De bezettingstijd, hoe wij thuis de oorlog noemden, was onbespreekbaar gebleven en 4 mei een heel droevige dag waarbij de spanning thuis enorm toenam. Waaraan wij als kinderen wilden ontsnappen.’ Nini Moed Helmig, Klaas’ moeder, zat vanaf haar twintigste in een Japans interneringskamp en kwam, net als de vader van Klaas beschadigd uit de oorlog. Dus ook 15 augustus - de herdenking van de slachtoffers van de Japanse bezetting in Indië -  was beladen.

‘Zowel mijn vader als mijn moeder leefden op tranquilizers, om maar even aan te geven hoe zwaar het leed van de oorlog op hen drukte. Ik herinner me nog dat mijn vader, onderweg naar vakantie, zijn pillen was vergeten. We waren al in Noord-Frankrijk. We reden terug.'

schermKlaas TaselaarKlaas Taselaar © Comité 4 mei-herdenking

Hij herinnert zich het moment dat ze als kleine jongens met hem onder een spoorwegviaduct door liepen en hij ineens schuimbekkend op de grond lag. ‘De eerste keer schrik je, de tweede en derde keer ook maar op een gegeven moment zeg je als er een trein aankomt: ‘Doorlopen, vader!’.’ Ze konden er op den duur zelfs om lachen. Mijn vader deed er alles aan om een ‘normale’ vader te zijn. Hij nam ons mee naar cowboy- en oorlogsfilms en holde op een goed moment wel zelf de bioscoop uit. Dan was het te echt geworden.’

Klaas is als historicus afgestudeerd in koloniale geschiedenis. ‘De Japanse mentaliteit fascineerde me, want hoe moet ik dat nou begrijpen, die Japanse bezetting? In 1987 reisde ik naar Japan. Mijn moeder was blij voor me en vond het heel goed dat ik er heen ging. Bij terugkomst vroeg ze: hoe vond je ze nou? Ik vertelde dat die Japanners eigenlijk erg aardig voor me waren. Maar het zijn rotlui, antwoordde mijn moeder. Mijn tante kocht een Toyota waar mijn moeder niet in ging zitten. We gingen tot mijn twaalfde niet naar Duitsland. Maar mijn vader vroeg toen ik 18 was, wel: zou je niet gaan studeren in Berlijn? Het kenmerkte hun ambivalente houding.’
 
Stilletjes huilen
‘Impliciet herdenken wij eigenlijk altijd. Het speelde in alles een rol tijdens onze jeugd. Het zat gekoppeld aan hoe wij moesten leven, het was een referentiekader. Kies altijd voor het goede, óók als het ten nadele van jezelf is, zei mijn vader. Mijn moeder leerde ons: mensen zijn nooit helemaal goed, of helemaal fout. De meest corrupte persoon bij haar in het interneringskamp was een Joodse arts. Hij behandelde niet tenzij je rijst voor hem regelde.’ De oorlogsgeschiedenis van onze ouders nam bezit van het gezinsleven. ‘Mijn vader die bij Dodenherdenking uit het raam staarde om niet te laten zien dat hij moest huilen. Dat heeft mij toch veel gedaan. Het is mijn 4 mei-syndroom. Herdenken doe ik daarom meestal alleen. Ik kijk naar de Nationale Dodenherdenking op televisie. Luister naar de toespraken. En ben emotioneel. Een kind dat een gedicht voorleest, het zo goed verwoordt, haalt het hart op.’

Er zijn steeds minder mensen die de oorlog zelf hebben meegemaakt. ‘Herdenken is een jaarlijks ritueel en doet ons stilstaan bij de lessen uit het verleden. Los van dat oorlogsverleden is het goed om even stil te staan. Mijn vader zei altijd: ik snap dat het voor jullie anders is maar in het leven heb je behoefte aan rituelen.’

‘Dodenherdenking is niet een moment om alleen over de helden en slachtoffers van WOII na te denken, het gaat ook over onszelf. Dat je beseft dat het ook anders kan in je dagelijks leven. Daarom is 4 en 5 mei er. Opdat men niet vergeet.’ •
 


<< terug naar overzicht