Volksuniversiteit Utrecht

Het Utrechts Centrum voor de Kunsten bevindt zich in financiële problemen. De gemeente heeft onlangs besloten te stoppen met subsidiëring. Naar verwachting zal, ná het afronden van het cursusjaar 2018-2019, dit centrum om bedrijfseconomische redenen ophouden te bestaan.


Maar hoe vergaat het een soortgelijke instelling, zoals de Volksuniversiteit Utrecht?  Is dit instituut in staat om overeind te blijven? Directeur van de Volksuniversiteit, Michiel Loonen, vertelt hoe het ervoor staat. 


Foto Saar



Waar staat de Volksuniversiteit voor?

Alhoewel het woord ‘Volksuniversiteit’ suggereert academisch te zijn, is hier het woord “universitas” als uitgangspunt gebruikt. Een vrije plek voor het volk, dus ook voor diegenen voor wie het hoger onderwijs niet toegankelijk is geweest. Openbaar onderwijs voor iedereen, zonder binding aan religie, levenswijze of ideologie.

Door de nieuwe technologische ontwikkelingen, opkomst van arbeidersbewegingen, het kiesrecht voor alle lagen van de bevolking en emancipatie ontstond het idee begin 20e eeuw om een plek te creëren waar iedereen kennis kon nemen van de wetenschap in de breedste zin van het woord. Aangezien veel mensen destijds geen geld hadden voor de aanschaf van een radio, krant of het genieten van hoger onderwijs, vond ene professor Steinmetz het van belang dat men kennis kon nemen van allerlei nieuwe ontwikkelingen door het volgen van lezingen en cursussen.
In 1922 opent de Volksuniversiteit haar deuren aan de Nieuwegracht in Utrecht. Er werden veel lezingen over gezondheid, wetenschap en zelfs seksualiteit gegeven.


Hoe staat de Volksuniversiteit ervoor?

Sinds 1989 is Michiel Loonen als directeur aangetreden. Hij licht het een en ander toe. ‘Volksuniversiteit is minder afhankelijk van subsidies dan het UCK. De Gemeente Utrecht subsidieert uitsluitend NT2, dat is Nederlands voor anderstaligen. Het pand waar de Volksuniversiteit de meeste cursussen geeft is ooit geschonken aan Gemeente Utrecht. De gemeente heeft voor het pand een gebruiksovereenkomst gesloten met de Volksuniversiteit waarin de Volksuniversiteit alle belastingen, het onderhoud, verzekering, restauraties en andere kosten betaalt.'

'Per jaar biedt de Volksuniversiteit ruim 500 cursussen aan zowel overdag als ’s avonds. Met de opbrengst van die cursussen wordt de organisatie draaiend gehouden. De lokalen die overdag vrij zijn, worden verhuurd aan andere organisaties om trainingen te geven zoals Milieudefensie en Gemeente Utrecht. Hierdoor kunnen we de prijzen laag houden en concurrerend blijven.’


Wat is de kracht van de Volksuniversiteit?

Ook al zijn er veel apps en andere manieren om kennis tot je te nemen, het sociale aspect weegt altijd zwaarder. Michiel Loonen verklaart. ‘Het volgen van een cursus via een “virtual reality’ leeromgeving doe je in je eentje achter de computer. Dat is al gauw saai. Het vergt dan een enorme motivatie om door te gaan. Terwijl als je in een klas met een aantal mensen zit, je enorm alert bent op wat de anderen doen. Je verkeert in een sociale groep en wil de rest niet teleurstellen, omdat je bijvoorbeeld je huiswerk niet hebt gedaan of spijbelt. Ik ben er heilig van overtuigd dat je deze manier van les krijgen onvervangbaar is. Leren in een groep is sociaal en verbindend. De Volksuniversiteit heeft wel een digitaal leerplatform als ondersteuning van de lessen.'


Zijn er verschillen in het cursusaanbod door de jaren heen?

Waar in het begin van de 20e eeuw de nadruk lag op lezingen over bijvoorbeeld gezondheid en hoe een röntgenapparaat werkt, komt er na de 2e WO, meer aandacht voor talen die niet in het reguliere onderwijs zijn opgenomen zoals Spaans en Italiaans. Door de opkomst van de auto, meer vakantiedagen, 40-urige werkweek werd er in de jaren ’50 en ’60 voorzichtig iets geprobeerd met creatieve cursussen zoals bloemschikken, schilderen en reisfotografie. Maar ook voordrachten 'Kritisch film zien' en 'De pen in vrouwenhand'.

Michiel Loonen stelt dat de tendens regelmatig wisselt. ‘Japans is in korte tijd tot meer dan 8 cursussen uitgegroeid en heel populair. Bij Japans dacht ik dat het bij 4 cursussen zou blijven. Chinees is helaas na de Olympische Spelen in Beijing minder populair geworden. Fotograferen, boetseren maar ook Franse taal en filosofie blijven drukbezochte cursussen. Bij de planning nemen we altijd een paar risico’s in het aanbod en dan is het afwachten of men het leuk vindt. Zo is een korte cursus 'Kattengedrag' bijvoorbeeld een onverwachte hit geworden!‘


Foto & tekst: Saar Rypkema


<< terug naar overzicht