Zoekresultaten

‘Bijenkorf van oude boeken’

In de loop der eeuwen heeft Utrecht niet alleen veel schrijvers en dichters geherbergd maar ook vele boekhandels waar hun werken verkocht warden. Die winkels legden na verloop van tijd vaak ’t loodje. Deze serie haalt een aantal onder het stof vandaan.

De winkel in november 2015                                                                                    De winkel in november 2015 

De afgelopen paar jaar is antiquariaat Meijer, officieel Oude Boekhandel voorheen H.W. Meijer jr. (niet Meyer), nogal in het nieuws geweest. Het gesloten antiquariaat — en dan ‘gesloten’ niet in de betekenis van ‘op afspraak’ — aan de Korte Jansstraat nr. 2 wekte de nieuwsgierigheid van menigeen: de Utrechtse Binnenstadskrant in 2008 en 2014, de website Cargocollective en het tijdschrift Voortschrijdende Inzichten in 2012, de website NRC Handelsblad en De Utrechtse Internet Courant (DUIC) najaar 2015. 33 Ze vroegen zich alle af: wat is er aan de hand? Gaat die winkel ooit nog eens open? De Boekhouder probeert eindelijk een helder antwoord te geven en dook ook meteen in de voorgeschiedenis. Formeel gezien hoort het niet in deze serie thuis, het is feitelijk zoiets als ‘to be or not to be, that’s the question’: het is er wel maar het is nooit open. Het bestaat dus voor de helft niet (meer).


Het begon eigenlijk allemaal met huisknecht Hendrik Willem Meijer (1860), die in 1882 trouwde met Alijda Johanna Veenman, neerstreek op Gildstraat 48 en hier op 2 januari 1889 vader werd van een zoon met dezelfde voornamen. In 1897 wisselde hij van beroep en startte een boeken- kraam met een vaste standplaats op de Neude, waar hij zijn klanten bediende met ‘schier onvergankelijke lectuur’. 34 Aanvankelijk hielp de jonge Meijer hem aan de kraam en leerde zo het boekenvak.

                                                                                   H.W. Meijer sr. 


Terwijl zijn vader doorging op de Neude begon de zoon op 1 februari 1913 een eigen winkel in een bescheiden pand aan de Korte Jansstraat, op nr. 2 dus. Het omvat achter een voorgevel uit de 17de eeuw drie verdiepingen, een kelder en een zolder, door steektrappen linksachter met elkaar verbonden, en meet slechts 4,5 bij 6,5 meter. Een journalist legde Meijer jr. een kwart eeuw later onder andere de volgende woorden in de mond: ‘Zoekt U maar zelf: gaat U boven maar eens kijken — en hij wijst met een gebaar naar de trap, waar — meer geluk dan wijsheid — nog nooit iemand af- gevallen is. — Een trap — twee of drie, want tot onder de hanebalken is dit smalle perceel met boeken meer dan gevuld. En wat voor boeken! — Meijer heeft van alles, voor een boekenliefhebber om te smullen: En al die heerlijkheden systematisch geordend — Meijer weet precies wat hij heeft en wat niet.’ 35 Vermoedelijk had hij op de tweede verdieping en zolder zijn woning. 

                                                                         Utrechtsch Nieuwsblad, 20-5-1921 


Al na een jaar gooide de Eerste Wereldoorlog enig roet in het eten: Meijer jr. werd gemobiliseerd. Maar daarna ging hij enthousiast verder. Hij profileerde zich door een algemene inkoop met gaandeweg de nadruk op school- en studieboeken. En hij noemde zich consequent niet antiquariaat maar gewoon boekhandel. Reclame maakte hij met advertenties in het studentenblad Vox Studiosorum en in de Utrechtse kranten en legde dan soms de nadruk op specifieke titels. 36

Met Meijer jr. ging het zo goed dat deze in 1923 een jonge hulp in dienst had genomen, de 14-jarige Albertus Barbarus Kelder (1909), die tot lang na de oorlog hier werkzaam zou blijven en bekend zou worden als ‘de fluiter’, want overal in de winkel kon je zijn valse gefluit horen. Bovendien liet Meijer jr. in 1931 het woongedeelte verbouwen door architect Piet Klaarhamer, de leermeester van Gerrit Rietveld en Meijers buurman op Oudkerkhof 48bis. 37

                                                                             A.B. Kelder, 1963 

Intussen stond Meijer sr. nog steeds op de Neudemarkt en vierde hier in 1927 zijn 30-jarig jubileum en in 1929 zijn 70ste verjaardag — ‘zijn populariteit in Utrecht is bekend’. Vijf jaar later kreeg hij met een geschreven en geillustreerd portret van een tweedehands boekverkoper een monumentje in het Utrechtsch Nieuwsblad, althans, diverse details lijken erop te wijzen dat het om hem gaat. Ergens in de diezelfde jaren nam de bekende fotograaf F.F. van der Werf bijgaande foto van een boekenstalletje met mysterieuze lezer op de Neude. Het was onderdeel van de rommelmarkt daar, waar ook heel andere spullen werden verkocht. Ik maak me sterk dat dit niet het kraampje van Meijer sr. is, gelet op de tweede foto die voor de drukkerij van J.A. Moesman op Neude 7 is genomen. 38

                                                               Boekenmarkt Neude, ca. 1910 (uitsnede)
                                                                             (foto: J.A. Moesman, HUA 64671)
 

In 1938 bestond de zaak van Meijer jr. een kwart eeuw, beklant door ‘jong en oud, professor en Mulo-leerling’, en kon ook hij feestvieren in zijn winkel, waarbij hij werd gehuldigd door ‘ontelbaren uit alle kringen’. ‘Zijn oude vader kan, als hij op de eerste verdieping op de canape voor het raam zit te kijken naar wat er al zoo voorbij gaat, over zijn zoon tevreden zijn. Hij heeft wat bereikt.’ Opmerkelijk is echter dat hij drie weken eerder een ‘Boekenkraam, twee wagens, zeilen en de gehele voorraad boeken’ van hemzelf op de zaterdagmarkt op het Janskerkhof te koop had aangeboden. 39 Vermoedelijk stopte hij met een eigen marktkraam, die hij toen kennelijk had, of het waren deels de spullen van zijn oude vader, want hijzelf ging wel degelijk door met de winkel.

De sport van het pingelen

Maar het zou niet lang meer duren. Nadat Meijer sr. in 1940 gestorven was, raakte Meijer jr. een paar jaar later ernstig ziek en overleed, waar schijnlijk ongehuwd, na een paar maanden op 11 december 1943; hij werd op ‘Den en Rust’ in Bilthoven begraven (intussen geruimd). Nog maar een half jaar eerder had hij een advertentie voor een ‘nette jongen of meisje’ geplaatst, voelde hij toen zijn einde al naderen? ‘Weinig Utrechters zullen niet eens een voet in deze bijenkorf van oude boeken hebben gezet, weinig boekenliefhebbers die bij “Meyer” niet nauwkeurig den weg wisten’, schreef een krant toen. 40 Hoe de winkel de oorlog is doorgekomen is onduidelijk. Medewerker Kelder moest in die tijd in het kader van de ‘Arbeitseinsatz’ naar Duitsland en kwam pas in 1945 terug. Het kan zijn dat een zekere F.L. Driessen de redder in de nood was en de zaak door de oorlog heeft gesleept. In elk geval heeft hij de firma Meijer jr. inclusief pand en Kelder in 1946 overgenomen. Hij zou hier nog een halve eeuw werkzaam blijven.

                                                              Meijer jr. in de deuropening 


Felix Louis Driessen (Leiden 1921) begon energiek en startte in mei 1947 een reclamecampagne door jarenlang elke week een annonce in het Utrechts Nieuwsblad te plaatsen, waaruit tegelijk zijn brede inkoopbeleid sprak:

                                                                               Utrechts Nieuwsblad, 3-7-1947 


Vermoedelijk telde hij ook de schrijfster Clare Lennart onder zijn klanten. Hoe dan ook, in de verhalenbundel Rouska, verschenen in oktober 1949, geeft zij een leuke impressie van het bezoek van ene Noortje van Nijlen aan de winkel, waarin ze de eigenaar om onduidelijke redenen Samuel Meyer noemt. En het is ook onduidelijk of ze hier Meyer jr. of Driessen voor ogen heeft. Noortje heeft dringend geld nodig en wil haar oude schoolboeken verkopen. ‘Het is schaars verlicht. Toch heeft het een eigen gedempte, als belegen kostelijkheid. Die van de vele, rug aan rug gerijde boeken. In de schemerige diepte van de pijpelachtige winkel spelen de ingetogen leerkleuren en de warme glansen van een oud verguldsel een heimelijk spel van lokken en verschuilen. [...] Sam Meyer kan alles taxeren: boeken, kledingstukken, karakters, kredietwaardigheid, gemoedsstemmingen... en hij taxeert bijna altijd op de kop af juist. Hij kan pingelen om een stuiver, niet zozeer uit hebzucht als om de sport van het pingelen. Hij is evenzeer in staat tot een onzakelijke royaliteit als hij te doen heeft met ware boekenvrienden. Maar geen van zijn talloze klanten heeft hem ooit betrapt op een genegenheid, die niet ging via het boek. [...] Samuel Meyer is geen goed mens. Hij heeft mensen in klemmender moeilijkheden onbewogen afgezet.’ Maar Noortje geeft hij het dubbele van wat ze ervoor vraagt. 41

Intussen was de gevel aan een opknapbeurt toe. Driessen besloot in 1960 tot restauratie van de monumentale voorgevel geheel op eigen kosten. Het stedelijk monumentenfonds was dermate tevreden, dat het hem complimenteerde voor ‘de uitmuntende wijze’ waarop hij dat had laten doen, geheel volgens de gemeentelijke voorschriften. 42

In 1963 vierde Kelder zijn 40-jarig jubileum en spelde burgemeester De Ranitz hem de eremedaille in de orde van Oranje-Nassau in brons op de revers. Vermoedelijk was dit vooral door Driessen geëntameerd, maar het is wel jammer dat vader en zoon Meijer die eer nooit te beurt is gevallen. Al een paar jaar later, waarschijnlijk na zijn pensioen in 1974, werd Kelder opgevolgd door Niek Water- bolk (1945), die een ruime ervaring in het boekenvak meebracht.

                                                                   De jonge Niek Waterbolk
                                                                       (uitsnede uit foto door
                                                                                  Frans Lapoutre)


Na korte tijd aan de studies Rechten en Geschiedenis geroken te hebben was Waterbolk eind 1971 in dienst getreden bij het Utrechtse veilinghuis & antiquariaat Beijers. In de lunchpauze liep hij vaak bij De Slegte binnen en bracht de hier voor een prikje gekochte boeken naar Meijer, die hem er een percentage voor betaalde. ‘Stilaan begon Meijer dicht te slibben, ook door mijn aankopen’, erkent Waterbolk nu. Het meubilair op de eerste verdieping was helemaal onder het bedrukte papier verdwenen. Er moest wat gebeuren en hij werd aangesteld om ‘achterstallig onderhoud’ te plegen. Hij organiseerde een grote uitverkoop in een lege garage. Bovendien gooide hij de schoolboeken eruit. Er was zelfs een plan om de zaak van Driessen over te nemen, ‘maar gelukkig zag ik op tijd in dat dat idee volstrekt mesjogge was. Je zou namelijk het hele leven van die man hebben verstoord’, aldus Waterbolk. En dus begon hij na twee jaar een eigen antiquariaat aan de Schoutenstraat.

Waterbolk werd opgevolgd door Hans Russer, die er nog zo’n tien jaar heeft gewerkt. Hij deed allerlei klussen in de winkel, had een goed contact met Pierre, Driessens zoon. Maar het verblijf in de winkel was niet aangenaam: het was er erg koud in de winter, het pand werd slecht onderhouden. Hij kreeg een keer zelfs een flinke schok toen hij de waterkraan open wilde draaien. Driessen wilde er kennelijk weinig geld meer aan uitgeven, terwijl hij toch in 1960 zo mooi de gevel opgeknapt had. Het was in Russers tijd dat de natuuralbums van Jac. P. Thijsse in het hele land populair werden. Volgens Russer (later, ook nu nog natuuronderzoeker) heeft boekhandel Meijer toen een ‘behoorlijk grote rol’ gespeeld voor verzamelaars daarvan. 43


Beeldend kunstenaar Arne Zuidhoek heeft uit de jaren zestig-zeventig nog een beeld van deze ‘meest verstilde en allergeheimzinnigste juist in Utrecht’ van alle tweedehands boekwinkels in de wereld. ‘Het kleinberuite pand is eeuwenoud, onbeholpen en smal, maar eenmaal binnen reiken verdieping na verdieping tot in de hemel.

                                                              Tekening door Arne Zuidhoek,
                                                                                                      ca. 1990


De trappen kraken en piepen onder de last van boeken en je voorzichtige treden. In elke ruimte staan er zoveel boeken tegen de wanden en op de grond dat schoonmaken al jaren onmogelijk is geworden. Maar het mooiste is het toch beneden: hoe klein daar ook, het plafond is doorgestoken voor een mezzanine. Wonderlijk, deze mooiste winkel van Utrecht. Zelf gebukt onder het juk van te veel boeken durf ik er zelden naar binnen.’ 44 Desondanks heeft Arne er veel boeken over de zeevaart, vooral van voor de oorlog, kunnen bemachtigen. Ikzelf herinner me dat ik in die tijd — ik woonde om de hoek in de Voetiusstraat — Meyer minstens een keer ben binnengegaan. Ook ik zie nog een overvol interieur voor me met een meneer aan een tafeltje achterin — dat moet Driessen of Kelder geweest zijn — en een soort galerij rondom langs de muren. Een trap herinner ik mij nog vaag, van een bovenverdieping weet ik niets meer. Ook niet of ik er ooit wat gekocht heb.

                                                            De winkel in 1986 (foto: Martin van Thiel)


Uit de jaren tachtig stamt ook nog een lovende getuigenis: ‘Op alle gebieden kan men hier wel wat vinden als de klant er maar niet tegen opziet ook op de grond reusachtige stapels door te ploegen. Tenslotte is het een gulden regel dat de unieke vondst die je een keer in je leven doet [...] met grotere kans verwacht kan worden op de minst toegankelijke plek. Helemaal bovenin de zaak is nog een lugubere keuken met een afdeling detectives.’ Helaas heb ik van dit ware sneupersparadijs geen interieurfoto’s kunnen vinden. 45


Verbleken en vergelen
In oktober 1999 overleed Felix Driessen, zijn kinderen Virginie Adele (1957), genoemd naar overgrootmoeder van vaderszijde, en Pierre Louis (46) erfden de winkel: pand en inhoud. Hun moeder Nell Driessen-Bonefaas overleed een jaar later. Virginie had zelf iets met literatuur: in 1993 was haar dichtbundel Details verschenen. En ze wilde ‘Meijer’ graag voortzetten, het liefst zoals haar vader die had nagelaten. Toch veranderde zij iets aan de winkel. Ze was namelijk lid van de Stichting Zijschrift, een in 1997 opgerichte club van zeven schrijfsters die zelf hun gedichten drukken. (Het gevelgedicht op de hoek van de Wittevrouwensingel en de St. Janshovenstraat, ‘een straat in de zon / en vanuit een open raam / je lievelingsmuziek’, is van haar hand. 47) En dus verkocht zij de druksels van Zijschrift. Vandaar de omschrijving van ‘Meijer’ op de website van Zijschrift: ‘Algemeen antiquariaat met nadruk op kinderboeken. Grote collectie bijzondere kaarten: herdruk van oude kaarten, waaronder Sinterklaas, Valentijn, Pasen en Kerst. Handgedrukte poeziekaarten.’ En nog steeds met de openingstijden: vrijdag 10-18 u., zaterdag 19-17 u. Terwijl er toch wel iets veranderd is — en ook weer niet...


                                                                           Geveltekst van Virginie Driessen
                                                                          op hoek met Wittevrouwensingel


Na een paar jaar stopte Virginie ermee en sloot ze de winkel. Waarom is niet helemaal duidelijk, mogelijk juist door de dood van haar beide ouders zo kort na elkaar. Maar de zaak moest wel in de oorspronkelijke staat blijven. Sindsdien is er daarom nauwelijks iets veranderd, behalve dan het verbleken, vergelen en kromtrekken van boekomslagen natuurlijk. Het is als het ‘leven’ van een ruwe steen die na eonen glad wordt in een bergbeek. Als een heel langzame film. De oplettende voorbijganger ziet dan dat een boek opeens weg is, vervangen is door een ander, dat er een is omgevallen, enz.. En intussen is de verflaag van de kozijnen gaan bladderen, de kozijnen die haar vader ooit met zorg en toewijding, subsidieloos en voorschriftgetrouw heeft laten schilderen. Tegen Dick Fransen van de Binnenstadskrant zei Virginie ooit: ‘De winkel is al heel lang in handen van de familie, en we blijven er voor vechten. Achter de schermen gebeurt veel. Ik verpats het niet. Ik wil het weer mooi maken.’


In de zeventiger jaren kwam ook student Neerlandistiek Frits van Oostrum, nu universiteitshoogleraar, regelmatig bij Meijer. Als hij nu aan de overkant een kopje koffie drinkt, dan kijkt hij aan tegen ‘dat antiquariaat Meyer, en dat is altijd dicht. Er liggen altijd boeken in de etalage die er misschien al twintig jaar liggen. Er zit ongetwijfeld een tragische geschiedenis achter. Ik vind het wel kenmerkend als tijdsbeeld: je legt tegenwoordig twee euro neer voor een kop koffie, en als Meyer open zou zijn dan kun je daar voor ongeveer vijf euro de verzamelde briefwisseling tussen Ter Braak en Du Perron kopen.’ 48 Niek Waterbolk verwoordde het aldus: het pand ‘oogt Kuikiaans verleidelijk. Voor niet-Utrechters als The Old Curiosity shop van Dickens.’ 

Links van het pand, op de hoek met het Oudkerkhof, heeft een veel grotere verandering plaatsgevonden. Nadat er tot 1960 o.a. de electrazaak Dekkers-Disco heeft gezeten verdween het het volgende jaar onder de sloopkogel en verscheen er een tapijtwinkel die vervolgens geheel gestript werd. Architect Sluijmer & Van Leeuwen ontwierp een geheel nieuw gebouw voor aannemer Sleper, waar modezaak Image introk. Een volgende verbouwing had helaas ook gevolgen voor nummer 2, want daarbij is de achtergevel flink beschadigd geraakt. Daarover is al geruime tijd contact met de gemeente (naam van ambtenaar bij redactie bekend), en helaas sleept de affaire nog steeds, er zit weinig schot in. Zolang die schadekwestie niet is opgelost gaat de winkel zeker niet weer open. Een buurtbewoner bracht in een interview een andere reden voor de langdurige sluiting te berde: ‘Wat ik eerlijk gezegd denk, is dat de andere boekeneigenaren [hij bedoeld kennelijk: boekenantiquaren - NB] niet de concurrentie willen.’ 49 Wat een onzin!

Intussen is in 2009 het pand brandveiliger gemaakt. Maar kennelijk is Virginie zo ontmoedigd geraakt door al het gedoe dat ze in augustus 2012 de onderneming liet uitschrijven bij de Kamer van Koophandel (nr. 30005 7370000). Toch is er iemand die zegt in 2014 bij haar een Havank te hebben gekocht. 50 Bijkans onmogelijk, dunkt me. Is ‘Meijer’ dan toch toch heel af en toe een heel klein beetje open geweest?


In de linker etalage staat nog steeds een Zijschrift-drukwerkje met de tekst ‘ik wens je vleugels om te durven’. Laten we hopen dat Virginie ooit de vleugels krijgt om de winkel weer te durven openen en dan mooi te maken.

Artikel door Niels Bokhove, oorspronkelijk verschenen in 'De Utrechtse Boekhouder' tijdschrift voor Utrechts literair erfgoed, nr. 2016-1,  http://www.salonsaffier.nl/De+Utrechtse+Boekhouder.php?nav=9


Boekhandel Meijer sr. 

33 Gwyon Hoogenraad, ‘De dichte boekwinkel’, Binnenstadskrant, sept. 2008; Dick Fransen, ‘Oude Boekhandel in diepe slaap’, ibid., herfst 2014 (zie internetkrant Nieuws 030, 11-9-2014); Anon., ‘Tekenen van verval’, Voortschrijdende inzichten 22bis, juni 2012 (met updates ook op <www.inzichten.nl/ mensenmaat/mensenmaat_2_meyer.htm>); Arjen Fortuin, ‘Fluitend lapt Ronald Giphart de ramen in de Korte Jansstraat’, NRC Handelsblad, 13-112015; anon., ‘Wie weet er meer over de verlaten boekhandel aan de Korte Jansstraat?’, DUIC, 6-11-2015 (met vele reacties). 

34 Utrechtsch Nieuwsblad [UN] 2-6-1927. 

35 UN 29-1-1938. 

36 Vox Studiosorum 26-4-1920. 

37 M. Kuper & E. Vermeulen, Plaatsingslijst van het archief P.J.C. Klaarhamer (1874-1954) — archief 1880 -1935 (Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam 1985/1992), p. 5. 

38 Anon., ‘Bij den tweedehands boekverkooper. Is er iets voor U bij? Vijf minuten uit het leven van een stalletjeskoopman’, UN 8-6-1934. Deze boekverkoper stond er iedere dag en dat kan iemand met een winkel als Meijer jr. minder goed. Bovendien handelde hij m.n. in schoolboeken, net als Meijer jr.. — Het verband tussen dit stukje in het UN en de foto wordt gelegd in: Anon., ‘Utrecht in beeld door fotograaf F.F. van der Werf: Mysterieuze boekenlezer op de Neude’, DUIC 13-11-2015, <www.duic.nl>, n.a.v. de Van der Werf-tentoonstelling in Het Utrechts Archief, nov. 2015-mei 2016. 

39 UN 12-2-1963, 13-12-1943, 29-1-1938, 7-1-1938. 

40 Utrechtsche Courant 3-5-1943, UN 14-12-1943. 

41 Clare Lennart, ‘Suite des villes perdues’, Rouska (Querido, Amsterdam 4de druk 1976; 1ste druk: 1949), p. 80-83. 

42 <www.documentatie.org> sub Korte Jansstraat 2, p. 3. 

43 E-mail van Hans Russer, 3-2-2016. — Met dank aan Niek Waterbolk voor zijn herinneringen en de verwijzing naar Russer. 

44 Arne Zuidhoek, Utrecht in zicht (St. De Plantage, Utrecht 2000), p. 38. 

45 A.A. Boers, ‘De antiquariaten in Utrecht. Eerste deel’, De Boekenwereld 3 (1986/87) 2, p. 60. 

46 Nederlands Patriciaat 47 (1961) p. 63. 

47 Zie bv. Ilona de Jong, ‘Gratis kunst. Literatuur op de muur’, NL30 – Door en door Utrecht 4 (2009) 18 (2/15-9), p. 19. 

48 ‘Het nieuwe lezen en de canon’, Vooys 25 (2007) p. 6011. 

49 <cargocollective.com/deverlatenwinkel/De-buurt-bewoner>. 

50 Ronald de Groen, reactie van 9-11-2015 op artikel ‘Wie weet er meer…’, DUIC 6-11-2015.  


<< terug naar overzicht